De panda als statussymbool - Mark Blaisse
1176
post-template-default,single,single-post,postid-1176,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-content-sidebar-responsive,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-10.1.1,wpb-js-composer js-comp-ver-5.0.1,vc_responsive

De panda als statussymbool

Na vijftien jaar touwtrekken komen de twee gedroomde panda’s van Marcel Boekhoorn eindelijk aan in Rhenen. Als zakenman Boekhoorn iets in zijn hoofd heeft gezet dan zal hij zorgen dat het uitkomt ook. In dat opzicht is hij net John de Mol, geen muur te dik, geen oceaan te groot. Een miljoen euro per jaar betaalt de dierentuineigenaar aan de Chinezen om de panda’s te mogen huren. De transportkosten, bouw van de reishokken, inrichting van de panda speeltuin en het organiseren van dertig soorten bamboe, waarvan de twee een kleine honderd kilo per dag zullen consumeren, heeft Boekhoorn vast nog een paar miljoen gekost. Gaat hij die met toegangskaartjes terugverdienen? Welnee, maar dat kan de multimiljonair niets schelen. Hij kan nu een pandaatje op zijn visitekaartje laten tekenen, het symbool van doorzettingsvermogen, wilskracht en centen.

Don’t mess with Marcel, want hij trekt altijd aan het langste eind. Wie dat wel probeert kan rekenen op keiharde respons.  Met het sponsoren van fotoboeken en panda’s probeert hij weg te komen van het ordinaire zakenmannen imago en de roddels over feestende Russinnen op luxejachten. Kom dus niet aan zijn status, het enige dat hij niet kan kopen maar moet invullen met metaforen. Hij houdt van de mens, zoals in Jimmy Nelsons ‘Before the pass away’, van autoracen, zoals in Giedo van der Garde in de Formule 1, en van dieren, zoals in het financieren van een dierenpark, dus kan niemand hem meer verwijten dat hij een ongevoelige geldmachine is. Zoveel moeten spelen in ruil voor een dragelijk spiegelbeeld lijkt mij vermoeiender dan zaken doen.

Geen reactie's

Geef een reactie