Beste journalistiek ontstaat juist zonder geld

Uitgevers klagen over de dalende oplagen van hun kranten. Ook zuchten zij onder de concurrentie van gratis bladen, de snellere radio en vooral de sociale media die iedere burger helpen potentieel een journalist te worden. Hetzelfde geldt voor fotografen: als iedereen spontaan kan fotograferen en filmen op de plaats van het delict/event of de ramp/happening dan hoeft de professional niet eens meer af te reizen. Alleen extreme bestemmingen lenen zich nog voor artikelen en beeldmateriaal die geld opleveren (journalisten moeten ook ergens van leven). De bezuinigingen bij de media hebben o.m. geleid tot enorme afname van het aantal correspondenten en verslaggevers. Ook grote kranten doen het vaak met één correspondent voor twintig landen. Dat geldt met name voor Afrika, het meest belovende continent dat nauwelijks nieuws waardig lijkt te zijn. Geen wonder dat wij zo weinig van dat continent weten, zeker in Nederland.
Hoe verhelderend is de noodkreet van Anjan Sundaram afgelopen zaterdag in de New York Times. Hij is de auteur van ‘Stringer: a reporter’s journey in the Congo’ en was jarenlang freelancer in Kongo, de Centraal Afrikaanse Republiek en andere lanmden die onaantrekkelijk zijn voor toeristen en de verwende correspondent in vaste dienst. Volgens Sundaram ‘mist hij het verhaal’ omdat hij in bars hangt, dure hotelkamers huurt, meteen na de verkiezingen of vlak voor een conflict het gebied weer verlaat om vanuit zijn werkkamer de halve waarheid op te schrijven. Het excuus: er is geen geld. Maar als je zoals Sundaram bereid bent in een container te wonen en uit de vuilnisbakken te eten om het enige goede verhaal te vinden, dan kan het vaak wel. Moraal: iedereen heeft een pen en een fototoestel, maar slechts een enkeling heeft er wat voor over om de diepte in te gaan en echt nieuws te brengen.
Onderzoeksjournalistiek duurt lang, maar hoeft niet duur te zijn. Wie zich de PAP correspondent Ryszard Kapuscinski of de Duitse meester indringer Günter Walraff nog herinnert weet wat ik bedoel. Juist zonder geld kom je onder de mensen, de rebellen, terroristen, kindsoldaten, beulen en oorlogsmisdadigers. Interviews met de autoriteiten en een paar mensen in de winkelstraat? Dat is voor de bladen die klagen dat zij binnenkort niet meer zullen bestaan. Er zijn nog bestemmingen voor de liefhebber waar vrijwel nooit een journalist komt: Equatoriaal Guinee, de Somalische Hoorn van Afrika (Hargeysa) en Turkmenistan bijvoorbeeld. Ik kan ze aanbevelen, want ik ben er geweest, soms in een container, soms in een hotel, maar altijd alleen.

Geen reactie's

Geef een reactie