Bij 4 & 5 mei: de ‘ander’ zijn wij

Bij 4 & 5 mei: de ‘ander’ zijn wij

Oorlogen hebben bewezen dat de mens tot het ergste in staat is. Dat gebeurt historisch gezien vooral als het ontbreekt aan saamhorigheid binnen de samenleving, als ieder voor zich gaat, materie (of het gebrek daaraan) boven vriendschap staat, narcisme het wint van menselijkheid. Nooit meer oorlog? Dan moeten we in de ‘ander’ aankijken om onszelf in hem of haar te vinden.

Het is niet voldoende om racisme en discriminatie van de ‘ander’ te veroordelen. Het is ook nodig te begrijpen waar ingesleten vooroordelen, westerse arrogantie en desinteresse in andere culturen vandaan komen. Het superioriteitsgevoel van de voormalige witte kolonisatoren, die in Afrika, Zuid-Amerika en Azië huishielden, is nog niet verdwenen. De rassenrellen in Amerika, de spanningen tussen moslims en christenen in Londen, de opstandige Maghrebijnen in de buitenwijken van Parijs, het steeds weer oplaaiend antisemitisme, de populistische redevoeringen in het Nederlandse politieke theater, de homofobie in Hongarije, het zijn evenzoveel bewijzen dat de ‘ander’ het nog steeds uiterst moeilijk heeft. Als we de dag van de bevrijding vieren mogen we ook stilstaan bij het begrip vrijheid: vrij om te zijn wie je wil, zoals André van Duin het verwoordde op de Dam. Maar ook vrij om de ‘ander’ te vrijwaren van dedain, van het gevoel buitengesloten te worden. Vrij om de eenzaamheid van de buitengeslotenen op te heffen, hen te omarmen, het echt dóen en echt te voelen.

Het mondiale dorp, waarin de mensheid nu eenmaal naast en met elkaar moet leven, vraagt om een open vizier en wederzijds respect voor elkaars cultuur en gewoonten. Waar het niet om vraagt is eenheidsworst. De ‘ander’ hoeft zich niet aan te passen om erbij te horen. De ‘ander’ is niet wezenlijk anders dan de ‘ik’. Mensen van alle kleuren en religies delen dezelfde hoop en angsten, dezelfde verwachtingen voor hun kinderen, dezelfde hang naar liefde. Het is mooi om de mond vol te hebben van democratische waarden, maar de daad bij het woord voegen is waar het om gaat. Het is geweldig dat er steeds meer gekleurde mensen op de tv te zien zijn, als nieuwslezer, in een reclamespot, als acteur en cabaretier. Het gaat dus beter dan tien jaar geleden. Of hebben we het opnieuw over alibi ‘anderen’? Zijn we toch weer bezig met omgekeerde discriminatie?

Natuurlijk bestaat ook in ons land onderlinge solidariteit, onafhankelijk van ras of geloof, maar zeker niet overal. Vraag aan uw omgeving hoeveel gekleurde vrienden ze hebben, hoe vaak een Turk, Surinamer of Marokkaan bij ze is komen eten, hoe gastvrij en open ze werkelijk zijn. Nederland, waar iedereen welkom is? Waar de buren elkaar binnenhalen omdat ze zo nieuwsgierig zijn naar de cultuur van de ‘ander’? Welnee, afstandelijkheid en desinteresse bepalen de sfeer. Op scholen krijgen leerlingen met een migratie achtergrond een compliment als ze goed Nederlands spreken. Maar ze zijn hier geboren! Natuurlijk kennen ze onze taal, ze zijn toch niet dommer? Toch? Het gaat om die ondertoon. Poeh, poeh, niet slecht voor een immigrant. Of hoe een compliment ook denigrerend kan zijn. Daarbij stilstaan is een volgende stap in de richting van een fatsoenlijke samenleving.

Geen reactie's

Geef een reactie