De Weense dodenstad - Mark Blaisse
870
post-template-default,single,single-post,postid-870,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-content-sidebar-responsive,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-17.0,qode-theme-bridge,disabled_footer_top,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-5.5.5,vc_responsive

De Weense dodenstad

Je hebt begraafplaatsen en monumenten voor de doden. Het Weense Zentral Friedhof is een halve stad, gewijd aan de nagedachtenis van kooplieden en regenten, componisten en schrijvers, burgers en armoedzaaiers. Graven die meer gekost hebben dan de huizen van de overledenen, maar daarvoor is dan ook een leven lang gespaard. Boeddhisten, joden, Grieks orthodoxen, katholieken, islamieten en lutheranen liggen er vredig naast elkaar. In de dood zijn wij allen gelijk.
De conciërge slaapt half bij de kachel en wenst goed nieuw jaar terwijl hij zijn hand ophoudt. Fooien voor leven in ruil voor de plattegronden naar de dood.

Hier beleeft de dodenindustrie glorie dagen: er zijn kruizen per meter, bronzen en plastic grafmonumenten, harpen van stuc, granieten bustes, hele bloemperken van koud staal, Jugendstilimitaties, Dorische zuilen, koperen ruiters, glazen zerken te koop tegen recordprijzen. Het mag de doden aan niets ontbreken. Langs de weg marmerslijpers, graveerders, engelen modeleerders, jezusbeeldenaars, eeuwig lichttovenaars, bronsgieters, kalligrafen, tuinarchitecten, hemelontwerpers, treurcomponisten, kistenmakers, mummificeerders, kindergraf designers, bijbelzinspelers en financiële planners voor de nabestaanden.

Kilometers lange lanen, naar het graf van je vader is het twee uur lopen. Wie wil rijden betaalt. Met de auto naar een graf om vanachter het stuur te bidden.

Daar liggen Schubert en de Straussjes, en vlak daarnaast het lege graf van Beethoven. Salieri ligt alleen, bij de buitenmuur, ook in de dood niet volledig erkend.
Mozart is helemaal niet arm begraven in een massagraaf omdat hij geen geld had, maar omdat alle Weners zo ter aarde werden besteld.

Hé, daar ligt Bruno Kreisky, niet ver van Kurt Waldheim: wat hadden wij Nederlanders veel aan te merken op dit tweetal. Hier hebben zij nooit gehoord van Lubbers of Den Uyl.

In het gezicht van de dodenstad staat het Feuerhaus, de charmante naam voor het crematorium. Maar daar worden alleen socialisten verbrand.

De Weense beenderopslagplaats kent een bottenburgemeester en een as-engel.

Japanners komen met busladingen tegelijk hun eerbied voor de Dood delen met hun Oostenrijkse lotgenoten. Zij schuifelen betraand door de regen langs de graven die meer plaats krijgen dan zij in Osaka met het hele gezin. Er is zoveel respect dat de camera’s in de tas blijven. De dood fotograferen is taboe.

Geen reactie's

Geef een reactie