Een Hollander op de Buchmesse - Mark Blaisse
314
post-template-default,single,single-post,postid-314,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-content-sidebar-responsive,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-17.0,qode-theme-bridge,disabled_footer_top,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-5.5.5,vc_responsive

Een Hollander op de Buchmesse

Het begon al in de taxi. De chauffeur had keihard iets van Wagner op staan en wees ons op de schoonheid van het licht in combinatie met  de skyline van Frankfurt. Toen ik uitstapte vroeg hij of ik Leon de Winter was die naar de Buchmesse kwam. Er zijn weinig Nederlandse schrijvers die mij zo irriteren als Leon de Winter, maar dat zei ik niet tegen de chauffeur. Daarentegen vertelde ik hem dat ik ook schrijver ben en dat ik kwam om voor te lezen uit eigen werk. Hij was te stoned om dit tot hem door te laten dringen en vertrok swingend in zijn gele Mercedes.

Een uur later was het stuntelen bij de kassa van de reusachtige beurshallen. Nee, er was geen kaartje voor de auteur. Ja, hij mocht blij zijn dat hij er überhaupt in mocht, het was tenslotte uitgeversdag en niet open voor het gewone publiek, inclusief schrijvers. Dus 40.- euro neergeteld. Met de vliegreis en het hotel kwam de investering om te mogen spreken nu al op vierhonderd euro. Misschien zou ik voor een etentje worden uitgenodigd door mijn uitgever Fischer, dacht ik optimistisch. Dat is immers gebruikelijk bij auteurs, zeker als zij zich helemaal verplaatsen. Dit zou een mooie dag worden.

Mijn aanklacht tegen de paus die in Nederland onder de titel Hey, Joe! Brief aan Benedictus XVI, de marketeer van God is verschenen, heet in Duitsland simpelweg Lieber Joseph Ratzinger. De Nederlandse titel was te gewaagd in het relatief fundamentalistische Duitsland. Benedictus XVI is bovendien ‘hun’ paus en die beledig je niet zomaar. Dat ik Zijne Heiligheid in mijn boek tutoyeer vond de uitgever gek genoeg wel best. “Sie sind ja Holländer!”. heette het veelbetekenend. Hollanders, die zijn brutaal, dat weet in Duitsland iedereen, op zijn laatst sinds Rudi Carell.

Ik mocht om 14.30 optreden. Er zou pers worden uitgenodigd en ruim geadverteerd worden. Ik had gesuggereerd iets aan te kondigen zoals “Hier wird der Papst gedudst” , maar dat was natuurlijk ijdele hoop. In hal 3, op de eerste etage, zat Fischer, zo stond er op de uitnodiging. De verdieping met religie, esoterische werken, antiquariaten en landkaarten. Dat klonk veelbelovend. Aangekomen bij stand H 146 wilden wij meteen doorlopen, zo sneu zagen de met grijze boeken gevulde wanden eruit. Tafeltjes met koekjes en lege koffiebekers; een groot bord waarop stond dat Fischer schrijvers zocht; drie in het zwart gestoken zure huisvrouwen die zenuwachtig foldertjes uitdeelden. Een ding was duidelijk: het ging hier niet om de befaamde Fischer Verlag, maar om R.G. Fischer Verlag uit Frankfurt am Main. ‘Mijn’ uitgever gebruikt heel slim de verwarring om auteurs aan te trekken en ik was erin gestonken! Ik had eigenlijk al onraad moeten ruiken toen ik te horen kreeg dat ik een groot aantal exemplaren diende af te nemen wilde het boek uitgegeven kunnen worden. Nou ja, dacht ik, maar dan heb ik ook een mooie uitgever en verschijnt mijn boek in het Duits! Wat een markt! En nu het boek in de winkels ligt moest ik zelf de marketing ervan verzorgen? Prima! De paus is onlangs in Duitsland op officieel bezoek geweest en dat is hem door velen niet in dank afgenomen. Bovendien zijn180.000 Duitse rooms katholieken het afgelopen jaar uit de kerk getreden. Een beter moment om voor te lezen was toch niet denkbaar? Op naar Frankfurt dus. Ik had me voorgesteld dat er televisie bij aanwezig zou zijn, op zijn minst radio en interviews voor Die Welt en Der Spiegel. Toen ik de stand zag wist ik het al: hier komt geen hond naartoe. Bij het bekijken van het literaire aanbod van R.G. Fischer werd het nog duidelijker. Mijn boek stond naast recepten voor kersttaart en handleidingen voor hondenfokkers. Hier en daar een huis-tuin-en-keuken dichtbundel en een roman met zo’n  onaantrekkelijke cover dat ik hem niet eens wilde oppakken.

De locatie voor het klagen over de paus kon niet beter zijn gekozen. R.G. Fischer Verlag zat klem tussen een uitgever gespecialiseerd in Jezus en een Koran deskundige. Tegenover ‘ons’ zat een kleine joodse uitgeverij die slechts één auteur vertegenwoordigde, de eigenaar zelf, die zes boeken over zijn leven als voormalige bewoner van kamp Bergen Belsen bleek te hebben geschreven. De man stapte op mij af met een van zijn boeken en feliciteerde mij met het schrijven van een werk over een voorheen joodse kardinaal. Ik raakte in verwarring. Ratzinger, de paus, een jood? Helemaal niet geweten. Al snel bleek dat hij de paus met de inmiddels overleden voormalige kardinaal Lustiger van Parijs had verwisseld. Ach, wat maakt het ook uit, paus, kardinaal, Duits, Frans…

Het werd 14.30. Er werd een witte console naar voren geschoven waarop mijn naam stond. Er zaten zeven mannen en vrouwen keurig op stoeltjes te wachten tot ik zou beginnen. Plotseling stoof mevrouw R.G Fischer -Anika voor vrienden-  op mij af. Ik kon daar echt niet blijven staan! Ik blokkeerde de weg naar haar uitgeverij. Maar, zei ik, ik kom voorlezen! “Niks mee te maken”, zei mijn uitgever, “u moet plaats maken. Het is hier een uitgeverij, geen theater.”  Ik wilde haar slaan, maar beheerste me en begon voor te lezen. Ik had geen microfoon. Drie stands verderop was een debat bezig met een geluidsinstallatie. Ik kwam daar nauwelijks bovenuit. Met een welhaast duivels plezier goot ik de voorbeelden van wangedrag van Benedictus XVI over de hoofden van mijn publiek. Na twintig minuten hield ik het voor gezien. Of er nog vragen waren? Ik had het kunnen weten. Ja hoor, zei een mevrouw op leeftijd in een zelf gebreide trui. “U heeft met opzet de verkeerde vertaling uit het Nieuwe Testament gekozen. Zo kan ik het ook. Mijnheer, het gaat om woorden bij religie. Wat u citeert is oud Duits, daar gaat het nog over wijf in plaats van vrouw en over het kastijden van kinderen daar waar het opvoeden moet heten.” Ze keek er herboren Christelijk bij en kreeg bijval van twee andere Duitsers. Ik probeerde als niet Bijbelvaste paap nog wel een discussie aan te gaan over manipulatie en hersenspoeling, maar tevergeefs. Mijn grootse optreden was voorbij. Ik kreeg geen uitnodiging voor een diner en ook het toegangskaartje werd niet vergoed. Ik heb niet eens een hand gekregen van mijn uitgever en de Frankfurter Buchmesse denderde gewoon door, alsof er niets was gebeurd.  

 

Geen reactie's

Geef een reactie