George Steiner's eerherstel voor de docent - Mark Blaisse
523
post-template-default,single,single-post,postid-523,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-content-sidebar-responsive,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-17.0,qode-theme-bridge,disabled_footer_top,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-5.5.5,vc_responsive

George Steiner’s eerherstel voor de docent

Hij kan niet meer goed lopen en zijn gehoor is ook niet meer wat het was, maar als hij eenmaal aan het woord is lijkt hij bezeten van een heilig vuur. George Steiner (Parijs, 1929) is een briljante intellectueel, met een sprankelende humor maar hij is bovenal een uiterst getalenteerde docent. Hij sprak vandaag aan de universiteit van Tilburg, waar de faculteit der Geesteswetenschappen (Humanities, Sciences Humaines) zijn vijfde verjaardag vierde. Het was geen gemakkelijk college, zeker niet voor de hoogleraren aan Tilburgse zijde. Steiner ergerde zich aan het belabberde niveau dat vakken als geschiedenis, literatuurwetenschappen en filosofie hebben bereikt omdat studenten niet meer door professoren worden geselecteerd maar door bureaucraten en boekhouders. Vergeleken bij de bèta wetenschappen, waar je niet binnenkomt als je bepaalde sommen niet kunt maken, is het amateurisme in de gamma en alfa wetenschappen beschamend, aldus Steiner. Zelfs als de mens a priori meer heeft aan wiskunde dan aan filosofie, dan nog mogen taal, historische kennis en poezie niet vergeten worden. Het bestuderen van gedrag -en dan vooral het slechte gedrag- van de mens is Steiner’s levenswerk. Er is bij hem één terugkerend thema, dat van het onbegrip over de mens, die schoonheid (kunst, muziek, architectuur) hoog in het vaandel heeft en tegelijk in staat is om zich barbaars te gedragen. In Steiner’s woorden: hoe kan iemand ‘s avonds liederen van Schubert zingen en de volgende ochtend zijn medemens doodmartelen? Hij gaat nog verder: zou het kunnen zijn dan degenen die focussen op esthetiek en schoonheid, degenen die moeten huilen om een held in een toneelstuk, ongevoelig zijn geworden voor het dagelijks verdriet om hen heen? Kan het zijn dat kunst afstompt voor de realiteit en dat cultuur de goede zaak eerder schaadt dan dient? Steiner zelf weet van zichzelf dat hij het ene moment college zou kunnen geven over de duivelse ziel van Shakespeare’s koningen, daar helemaal van vervult zou kunnen raken om even later op straat het hulpgeroep van een lastiggevallen vrouw domweg niet te hóren. Enigszins fatalistisch zei Steiner dat ‘het huis van Goethe slechts enkele honderden meters van Buchenwald heeft gestaan.’ Van hem kennen wij ook de frustratie dat de sonates van Mozart het moorden in de wereld niet hebben verhinderd. Hij herhaalde het ook nu weer: de wetenschap mag dan in een fenomenale versnelling vooruit zijn gegaan, er leven op aarde nog wel 14 miljoen kinderen onder de armoedegrens. Onze kennis is niet in staat oorlog, economische crisis en honger te verhelpen. Hij zei het niet, maar hij had Shakespeare kunnen citeren: ‘We are a pittyful lot.’
Veel voer om over na te denken en niet eenvoudig om optimistisch te blijven als je naar de wijsheden van Steiner luistert. Leraren moeten veel beter betaald worden om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van het universitair onnderwijs niet lijdt onder de magere kennis van de aankomende studenten. Onder Stalin kregen wiskundelararen op de middelbare school evenveel salaris als de hoogleraren aan de universiteit. ‘Het kan wel, het is niet onmogelijk, om nog te redden wat er te redden valt…’
Steiner hoort misschien slecht, hij blijkt wel heel goed te kunnen luisteren. En dat is belangrijk als je de tijdgeest wil begrijpen.
Moge dit alles niet tegen dovemansoren in Tilburg maar ook in Haagse kringen zijn gezegd. In Nederland moeten we weer durven zeggen dat wie te dom is, of te ongeinteresseerd, niet op een universiteit thuis hoort. En: de beste van de klas moet voor de klas, tegen een topsalaris. Dan worden wij misschien ooit nog eens echt ‘kennisland.’

Geen reactie's

Geef een reactie