Het flagrante racisme van Einstein - Mark Blaisse
1294
post-template-default,single,single-post,postid-1294,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-content-sidebar-responsive,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-17.0,qode-theme-bridge,disabled_footer_top,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-5.5.5,vc_responsive

Het flagrante racisme van Einstein

In 1922 kreeg Albert Einstein de Nobelprijs voor natuurkunde. In datzelfde jaar maakte hij met zijn vrouw Elsa een lange reis door het Midden- en Verre-Oosten. Onderweg had hij een audiëntie bij de koning van Spanje en werd hij gefêteerd door de Japanse keizerin. In zijn dagboek maakte hij intussen racistische opmerkingen over de mensen die hij ontmoette in Hong Kong, India, China, Japan en Palestina. Bij Princeton University Press zijn deze persoonlijke notities onlangs verschenen onder de titel ‘The Travel Diaries of Albert Einstein.’ Ze zijn voorzien van een commentaar van de uitgever dat er niet om liegt: ‘Einsteins stereotyperingen van vertegenwoordigers van uiteenlopende naties plaatsen vraagtekens bij zijn houding ten aanzien van rassen.’

Einstein was een in Duitsland geboren joodse wetenschapper op wie de nazi’s het hadden gemunt en stond bekend als een advocaat voor de mensenrechten. Maar in zijn aantekeningen beschrijft hij medemensen als ’biologisch inferieur, een duidelijk bewijs voor diens racisme’, zoals Ze’ev Rosenkranz, werkzaam bij het Einstein Papers Project aan het California Institute of Technology, tegenover The New York Times beweerde.

Over Chinezen schrijft Einstein onder meer: ‘Zij zijn niet te trainen in logisch denken en hebben geen enkele aanleg voor wiskunde…Ik begrijp niet wat er zo aantrekkelijk kan zijn aan Chinese vrouwen, die op mannen lijken, dat zij niet in staat blijken zichzelf te verdedigen tegen de formidabele zegen van veel nageslacht. De Chinezen worden door een ongevoelige economische machine streng gestraft voor het maken van zoveel kinderen… Ze zijn vies en stompzinnig… Ze zitten niet aan tafel als ze eten maar hurken zoals wij doen als we buiten naar de wc moeten…Zelfs degenen die werken als paarden wekken niet de indruk dat zij daar bewust onder lijden…Het zou verschrikkelijk zijn als deze Chinezen alle andere rassen in de schaduw zouden zetten. Voor mensen zoals wij is de gedachte alleen al onuitspreekbaar treurig.’

Over Japanners is Einstein iets milder. Hij bewondert hun zuivere zielen maar ‘hun intellectuele behoeften lijken zwakker dan hun artistieke neigingen.’ Hij vraagt zich af of dat   hun ‘natuurlijke dispositie’ is.

Einstein was hoe dan ook niet de zachte, pijp rokende zeiler met gaten in zijn trui, zoals we hem weleens op foto’s zien. Zijn eerste vrouw, Mileva Maric, met wie hij elf jaar samen was, moest zich van hem beperken tot het schoonhouden van zijn kamer en hem drie keer per dag eten brengen. Ze diende op te houden met praten als hij daar om vroeg. (Zie: ‘Einstein: his life and universe’ van Walter Isaacson). De scheiding in 1919 kwam dan ook niet onverwacht.

Maar Einsteins mentaliteit evolueerde in de loop der jaren toch in de juiste richting. Dit blijkt onder meer in 1931, toen hij besloot zijn naam te verbinden aan een comité dat protesteerde tegen het gerechtelijk onderzoek naar de Scottsboro Boys in Alabama, negen Afro-Amerikanen die valselijk werden beschuldigd twee witte vrouwen te hebben verkracht.

 

Geen reactie's

Geef een reactie