Het geweten is een Westerse uitvinding

Frankrijk is aan het afrekenen met een aantal hardnekkige taboes. Nadat pedofilie vorig jaar afwisselend werd veroordeeld, gerelativeerd, goedgepraat en als cultureel erfgoed omschreven en de een na de andere prominente Fransman werd ontmaskerd, gaat het de laatste tijd vooral over incest. Na een verlegen coming out van een schrijfster bleken honderden, zo niet duizenden vrouwen (en een enkele man) plotseling ook de behoefte te hebben over hun incestueuze ervaringen te praten. De kranten staan vol met vragen over de grenzen en de definitie van het begrip incest. Verdient het misbruiken van een geadopteerd kind door de pleegouders het stempel ‘incest’? Hoever in de familie moet je gaan om het over een kwalijke praktijk te hebben? Het is in het land van Molière alsof de definitie belangrijker is dan de incestgevallen zelf, die overigens de schattingen van onderzoekers ver overschrijden.

Sinds een paar maanden is er nog een taboe dat de aandacht trekt: de vraag of de witte man niet ten onrechte op het strafbankje wordt geroepen door antiracisten en antikolonialisten en de oorzaak wordt genoemd van alle ellende op onze planeet. In zijn boek Un coupable presque parfait (Een bijna perfecte schuldige) noemt filosoof Pascal Bruckner het witte superioriteitsgevoel een Amerikaans verschijnsel dat naar Europa is overgeslagen, maar in werkelijkheid, in Frankrijk althans, helemaal niet speelt. Linkse populisten praten de Fransen volgens hem een onredelijke innerlijke zelfhaat aan, gebasserd op emotie en niet op feiten. Volgens Bruckner zijn ras, geslacht en identiteit de basis geworden van een ideologie die geboren is na de val van de Berlijnse Muur en het socialisme heeft vervangen. ‘Het conflict over identiteit heeft die van de klassenstrijd vervangen.’ Het is goed om te weten dat Bruckner in Frankrijk bekend staat als een reactionaire denker, die de confrontatie niet schuwt en fel van leer trekt tegen Franse heilige huisjes. Hij heeft in het verleden willen afrekenen met begrippen als schaamte en schuld en voegt daar nu ook het geweten bij, een typisch westerse uitvinding. De witte mens wordt eenvoudig tot de ‘ideale schuldige’ gebombardeerd vanwege zijn koloniaal verleden en gaat daarin ook echt geloven door zijn gewetensvolle (christelijke) opvoeding. Hij is de uitbuiter, het roofdier bij uitstek en zijn huidskleur maakt van hem het toppunt van racisme, ‘die blanke duivel met zijn blauwe ogen’ zoals Malcolm X hem al noemde.

De witte man is bovendien nog eens de kop van Jut geworden van het moderne feminisme, dat zich heeft ontwikkeld tot een soort ‘rechtbank’ (J’accuse!) Bruckner gaat ver: hij beweert dat neofeministen elke witte man het liefst om zeep zouden brengen vanwege zijn inherente verkrachtersmentaliteit. Heteroseksuelen zijn in hun ogen hoe dan ook verdacht. In naam van het multiculturalisme moet de witte man kortom zijn eigen identiteit opzijzetten, schrijft Bruckner, die de Franse samenleving verwijt fanatiek en hysterisch te zijn als het gaat om ‘mea culpa’. ‘Gelukkig zijn er nog genoeg Fransen die geloven in de Verlichting en niet in de krochten van het racisme. Mensen die de beschaving van Europa verdedigen, een van de mooiste uit de geschiedenis.’ Van hem mag de witte man onder geen beding ‘sorry’ zeggen. Frankrijk moet van Bruckner ophouden zichzelf te geselen in naam van een slecht geweten. Eerlijk zijn is belangrijker dan er zogenaamd correcte meningen op na houden. De migranten hoeven niet per definitie te deugen; de gekleurde medemens is niet zielig, zeker niet als hij het gemáákt heeft; de slavernij is mede mogelijk gemaakt door Afrikanen zelf en nog veel meer. Het antiracisme richt zich volgens hem veel te veel op huidskleur in plaats van economische en sociale ongelijkheid. Wit zijn op zich heeft in Frankrijk geen enkel voordeel. Wat telt zijn inkomens, adres, beroep, netwerk en familie. ‘Achterstand is een kwestie van slagkracht en geld, niet van discriminatie’ zei hij op 30 januari tegen het Financieele Dagblad in een interview over twee pagina’s dat opmerkelijk weinig weerklank vond. Een vertaling van Bruckners boek lijkt meer dan welkom om de discussie ook in ons land aan te wakkeren.

 

 

 

 

 

.

 

Geen reactie's

Geef een reactie