Het trieste einde van een hypochonder - Mark Blaisse
628
post-template-default,single,single-post,postid-628,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-content-sidebar-responsive,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-17.0,qode-theme-bridge,disabled_footer_top,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-5.5.5,vc_responsive

Het trieste einde van een hypochonder

Onlangs kreeg ik een artikel opgestuurd uiit de New York Times, geschreven door Woody Allen. Hem was gevraagd te reflecteren over hypochondrie. De redactie vond Allen de man bij uitstek om over vermeende ziekten te schrijven, maar de weemoedige regisseur beet van zich af dat hij eerder een ‘alarmist’ was dan een hypochonder. Bij hem gaat het immers om werkelijke ziekten, waarbij de vrees om ziek te worden en dood te gaan in zijn ogen zijn meer dan dramatische aandoening is. Typisch Woody Allen om met woorden te spelen en vervolgens hele taferelen te verzinnen, waarbij hij onder meer in coma ligt en zijn vrouw hoort zeggen dat de stekker er nu echt wel uit moet anders komt zij te laat in het restaurant. Voelt hij een puistje, dan heeft hij minimaal een ongeneeslijke tropische ziekte; een koortslip is meteen het gevolg van een hersentumor en daar moet, desnoods om drie uur ‘s ochtends, in een ziekenhuis naar worden gekeken. Je mag het noemen zoals je wil, maar één ding is zeker: hypochonders zijn er meestal eerder bij dan de lakonieke medemens, die pas naar een dokter gaat als hij de pijn niet meer verdraagt. Een beetje hypochonder ontdekt in een vroeg stadium dat er wat met zijn hart, prostaat, slokdarm, hersens of huid aan de hand is en kan daarom tijdig om hulp vragen. Dat is dus mooi. Het probleem is alleen dat hypochonders al snel niet meer geloofd worden. Wie altijd klaagt en met het minste of geringste naar de specialist stapt, kan rekenen op hoongelach van zijn omgeving. Dat maakt hem nog eenzamer dan hij al is: een hypochonder lijdt in feite aan aandachteritis, een ziekelijke behoefte aan aandacht die hij trekt door op verbeelde aandoeningen te wijzen, medelijden te wekken en zichzelf een permanente slachtofferrol toe te bedelen. Hoe geestig Woody Allen ook zijn ziekte verpakt, het wijst op zijn onzekere en wankele persoonlijkheid, die hij weer extra stimuleert omdat hij er zo’n succes mee heeft. Kun je dood gaan aan hypochondrie? Volgens mij helaas wel. Niet zozeer omdat de ziekte zelf zo gevaarlijk is, maar omdat een hypochonder op het moment dat hij werkelijk geholpen moet worden, uitgerekend dan geen aandacht krijgt. Hij sterft omringd door mensen die lachen, hun schouders ophalen, roepen dat hij er nu echt eens mee op moet houden, hetgeen hij dan ook maar doet met een laatste blik van ‘dat heb ik weer”.

Geen reactie's

Geef een reactie