Hoeveel risico mag een chef opinie nemen? - Mark Blaisse
1460
post-template-default,single,single-post,postid-1460,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-content-sidebar-responsive,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-17.0,qode-theme-bridge,disabled_footer_top,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-5.5.5,vc_responsive
Chef opinie zijn bij een krant is een riskante baan, zoals James Bennet afgelopen week heeft gemerkt. Hij liet in de New York Times een ingezonden artikel van senator Tom Cotton plaatsen waarin deze opriep het leger in te zetten tegen antiracisme demonstranten.

Hoeveel risico mag een chef opinie nemen?

Chef opinie zijn bij een krant is een riskante baan, zoals James Bennet afgelopen week heeft gemerkt. Hij liet in de New York Times een ingezonden artikel van senator Tom Cotton plaatsen waarin deze opriep het leger in te zetten tegen antiracisme demonstranten. Zelf zette Bennet er de kop “Stuur de troepen maar” boven het opiniestuk. Prompt zegden tal van lezers hun abonnement op en reageerde een groot deel van de NYT-staf woedend op het onverantwoorde besluit om Cotton ruimte te geven voor zijn opruiend verhaal. Smakeloos, discriminerend, agressief, verdelend en bot waren onder meer de kwalificaties die werden gebruikt en zeker niet alleen door het gekleurde deel van het publiek of van de staf. Bennet moest van de uitgever opstappen, ook omdat het niet de eerste keer was dat hij niet aanvoelde waar de rode lijnen liepen. Eerder gaf hij onder meer toestemming om een antisemitische cartoon te plaatsen en schreef hij zelf een opiniestuk waarin hij ten onrechte insinueerde dat de voormalige kandidaat voor het vicepresidentschap, Sarah Palin, iets te maken had met een schietincident waarbij een Congreslid betrokken was.

Ook de opiniebaas van The Philadelphia Inquirer, Stan Wischnowski, stapte deze week op nadat hij de kop ‘Buildings Matter, Too’ had laten passeren, een niet al te handige verwijzing naar ‘Black Lives Matter’, de strijdkreet van demonstranten overal ter wereld. Alsof gebouwen te vergelijken zijn met mensenlevens.

De vraag is, waar liggen die rode lijnen? Opinie is persoonlijk, en hoeft bepaald niet de mening van de plaatsende krant te zijn (dat staat er ook vaak bij.) De opiniepagina’s worden gelezen omdat er afwijkende visies op staan, uitdagende stellingen worden geponeerd en stof tot nadenken wordt geleverd. Ingrijpen lijkt voor de hand te liggen als de auteur feitelijke onjuistheden opschrijft, uitlokt tot geweld (zoals in het stuk van Cotton), haat zaait of moreel laakbare uitingen doet. En er zijn nog wel meer redenen om vrijheid van meningsuiting niet een absolute regel te laten zijn. En toch ligt het niet zo eenvoudig. De Republikein Cotton is geen onbekende. Het publiek kent zijn harde opstelling ten aanzien van hooligans, plunderaars en wat hij ‘anarchisten’ noemt. Hij heeft de neiging alles wat links van het midden is als terroristen te bestempelen. Ook demonstranten die tegen de ‘white suppremacy’ ingaan. Bennet kan gedacht hebben dat het gewraakte stuk niemand zou verbazen. Bovendien  was het nieuws toen president Trump, Cottons grote voorbeeld, dreigde het leger in te zetten. De NYT is allesbehalve een vriend van Trump. Misschien dacht Bennet de lezers een plezier te doen met een artikel dat de kloof tussen pro- en contra Trump nog dieper zou maken. Een indirecte waarschuwing voor het gevaar dat olie op het vuur gooien met zich meebrengt. Nogmaals, het was Cottons mening, voor de anti-Trump kant het zoveelste bewijs dat de verkeerde man in het Witte Huis zit. Kan het zijn dat de mondiale antiracistische beweging, aangewakkerd door de moord op George Floyd, overal witte complotten ziet en over reageert? Had het artikel van Cotton minder stof doen opwaaien als Floyd nog leefde. Er is erg veel emotie op de straten, redacties en krantendirecties die de redelijkheid soms in de weg kan zitten. Laten we hopen dat de uitgevers en opiniebazen moedig blijven en niet zullen schromen dat wat relevant, nieuw, anders en uitdagend is wel degelijk te publiceren. Van links tot rechts. Van links én rechts.

2 Reactie's
  • Harry Starren
    Geplaatst op 06:03h, 09 juni Beantwoorden

    Cotton is zoiets als Hannity zou zijn bij CNN. Een opinieredacteur bij een liberale krant zou liberaal moeten zijn en van uit die houding ruimte moeten maken voor andersdenken.. Maar de man zelf is niet liberaal en ruimhartig.
    Veel opvallender vond ik het vertrek van Ian Buruma, een libera(a)l bij NYRB daartoe gedwongen door zijn mederedacteuren die het vertrouwen in hem opzegden. Vanwege het plaatsen van een controversieel stuk? Ik vond die hele affaire ongeloofwaardig.

    Maar wat deed een man als Cotton in godsnaam bij de NYT? Vanuit het verleden verklaarbaar wellicht. Maar de pers heeft net als iedereen in de VS naar het lijkt positie ingenomen. Dat is de resltante van een lang proces. Opvallend hoe lang NYT Cotton heeft getolereerd. Dat lijkt me niet Cotton’s verdiente maar de verdienste van de krant.

  • Harry Starren
    Geplaatst op 06:07h, 09 juni Beantwoorden

    Lees Bennet waar Cotton staat

Geef een reactie