Ik fabuleer dus ik ben - Mark Blaisse
1282
post-template-default,single,single-post,postid-1282,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-content-sidebar-responsive,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-10.1.1,wpb-js-composer js-comp-ver-5.0.1,vc_responsive
Giambattista Vico

Ik fabuleer dus ik ben

Als een schrijver of dichter fabuleert, iets verzint, uit zijn duim zuigt, mooier maakt, overdrijft of uit zijn verband rukt wordt dat gezien als artistieke vrijheid. Als een politicus of wetenschapper of journalist dat doet heet het een leugen. Schrijvers en kunstenaars staan volgens de geldende maatstaven aan de ene kant van het waarheidsspectrum en de rest van de mensheid aan de andere. Zodra serieus te nemen afzenders de zaken verdraaien hebben we het over nepnieuws en alternatieve feiten. Tijd om te factchecken. Wat niet door feiten kan worden gestaafd kan niet waar zijn, zeggen de ‘echte’ wetenschappers, al moeten ze ook toegeven dat als de feiten veranderen, de waarheid dat ook doet. Niemand heeft dit beter beschreven dan Tony Judt.

Als de waarheid niet bestaat/vaststaat kunnen we hooguit proberen haar zo dicht mogelijk te benaderen. Soms helpen feiten daarbij niet, maar hebben we juist verbeelding nodig. Wie geschiedenis studeert beseft dat data lang niet alles blootgeven. De onderzoeker moet in de huid van de acteurs kruipen en proberen te snappen wat hen dreef, hoe zij redeneerden, waarom zij bepaalde beslissingen namen. Een van de eerste filosofen die dit inzag was de Napolitaan Giambattista Vico (1668-1744). In Napels vieren ze dezer dagen met gepaste trots zijn driehonderdvijftigste verjaardag omdat hij actueler is dan ooit. In zijn meesterwerk, de Scienza Nuova, neemt Vico het op tegen Descartes, die beweerde dat de waarheid alleen uit de rede kan worden gededuceerd. Volgens Vico laat je dan juist een groot deel van de waarheid weg. De poëtische en emotionele waarden moeten meegenomen worden om de diepe waarheid van geschiedenis, taal, psychologie en sociologie te kunnen bevatten.

Om de geschiedenis te doorgronden gebruikt Vico instrumenten die hem helpen de mens door de eeuwen heen te begrijpen. Mensen zijn geen machines maar de optelsom van cultuur, rituelen, taal, historie en ervaringen. Vico gelooft dat een tong woorden penseelt en dat de mens niet zijn brein is. Voor hem geldt: ik denk, dus verzin, veroorzaak en word ik.

Volgens Vico is geschiedenis een wetenschap met eigen wetmatigheden en voorspelbaarheid. Daarmee is hij de eerste echte geschiedfilosoof die voor Hegel en Marx een belangrijke, zij het weggestopte, inspiratiebron werd. Ook hedendaagse auteurs zoals Umberto Eco, Peter Sloterdijk en Julian Barnes beroepen zich op zijn theorieën.

Met ‘’Het orakel van Napels. De alternatieve waarheid van Giambattista Vico’’ heb ik de aandacht willen vestigen op deze originele denker, die ondanks een leven vol pech en ellende, zijn gedachtengoed tegen de stroom in heeft doorgedrukt. Dat ik daarbij een enkel detail over zijn liefde voor gnocchi en voor een vereenzaamde prinses heb ingezet om de biografie levendig te maken is mij door feiten checkende historici en filosofen wel verweten. Maar ik heb niets anders gedaan dan Vico’s raad opvolgen, dat story telling nu eenmaal vereist dat je je verplaatst in de hoofdpersoon. Vico is veel meer dan de auteur van de Scienza Nuova en daarnaast niet alleen de geschoffeerde jurist en miskende filosoof met een matige pen. Hij had het lef om te beweren dat hij precies wist wat de mensheid in al haar veelzijdigheid drijft. Hij durfde het over driften en mythen te hebben, over goden en demonen die de culturen beïnvloedden. Hij bestudeerde metaforen omdat hij daar waarheid in vond en wist heel goed dat historici in alle tijden speelden met de waarheid. Aan die feiten had hij dus niets.

Vico beschrijven is je verplaatsen in achttiende eeuwse sferen, met Spaanse en Oostenrijkse bezetters, armoede, honger, ziekten, bordelen en geheime boekenkasten. Wie achter zijn  leven wil schrijven heeft niet genoeg aan diens autobiografie en overige geschriften. Om de originaliteit van de Napolitaan te begrijpen moet de onderzoeker in Napels rondlopen, wilde paden in de Cilento bewandelen, de rust van de bibliotheken en musea opzoeken. Pas dan komt hij te weten dat schilderijen geheimen bevatten, muziek politieke standpunten verdedigt, toneel niets anders is dan de spiegel van de tijd. Kortom, dat achter het zichtbare het onzichtbare en dus de waarheid ligt. Met Vico’s ogen een gedicht lezen betekent de regels pellen als een ui, totdat je de kern raakt waar het ware tegenaan ligt. Achter de woorden vinden we angst, liefde, wanhoop of schaamte en de diepere bedoeling van de dichter. Het verpakte wacht op de nieuwsgierige zoeker, de achterdochtige vorser die niet gelooft wat hij ziet.

Van Vico leren we dat de waarheid niet op straat ligt, maar achter het vernis. Waarheid die altijd boven komt hoe dik de leugen ook is. Ik moet Mark Rutte maar eens een exemplaar van mijn boek sturen.

Het orakel van Napels. De alternatieve waarheid van Giambattista Vico (1668-1744)    Uitg.Balans (2018)

 

 

 

 

 

 

 

Geen reactie's

Geef een reactie