Kamel Daoud ziet Picasso door een moslim bril - Mark Blaisse
1357
post-template-default,single,single-post,postid-1357,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-content-sidebar-responsive,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-17.0,qode-theme-bridge,disabled_footer_top,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-5.5.5,vc_responsive
Kamel Daoud ziet Picasso door een moslim bril

Kamel Daoud ziet Picasso door een moslim bril

De Algerijnse schrijver Kamel Daoud werd in 1970 geboren in een klein Algerijns dorp en groeide later uit tot een gevierd journalist en hoofdredacteur van Le Quotidien d’Oran. Beroemd werd hij met zijn boek ‘Meursault, contre-enquête’ (2013) in het Nederlands verschenen als ‘Moussa, of de dood van een Arabier’, een radicaal antwoord op Albert Camus’ ‘De Vreemdeling.’ Daoud neemt het in zijn boek op voor de Algerijn die door Camus’ hoofdfiguur Meursault zonder enige emotie wordt vermoord. Daoud slaagt erin de westerse lezer bewust te maken van zijn vooroordelen, verborgen racisme en minachting voor de islam. Hij won met dit boek de Prix Goncourt.

In zijn jongste boek, ‘Le peintre dévorant la femme’ (2018) gaat hij nog een stap verder met het verruimen van het westers bewustzijn door ons een kijkje te gunnen in zijn gefrustreerde mannenziel. Hij is, tot zijn spijt, het ‘verlangen naar plezier’ kwijtgeraakt en denkt dat deze zielentoestand te wijten is aan zijn geloof, de versluiering in Algerije, de angst voor bloot en uiteindelijk voor de vrouw en dus erotiek. Om van zijn eeuwig, onbeantwoord verlangen af te komen laat hij zich, letterlijk, en met medeweten van de directeur, een nacht opsluiten in het Picasso museum in Parijs. Hij hoopt door de schilder van de naakte vrouw in al haar vormen genezen te worden van het lot dat iedere islamitische man treft die uit de woestijn naar de lichtstad komt en alleen al van de reclameborden van de wijs raakt. Blond, bloot, beschikbaar. Wat moet hij ermee?

Gedurende de twaalf uur dat hij in z’n eentje door het museum dwaalt wordt de schrijver door Picasso gewelddadig wakker geschud. Hij moet wennen aan de expliciet geschilderde verboden vruchten die bij hem een cultuurschrok veroorzaken. Hoezeer hij ook op naakt was voorbereid, de erotiek en het door Picasso opgeroepen geweld dat daarmee gepaard gaat komen hard aan. Terwijl een orgasme doorgaans maar even duurt draait het bij de schilder om het voor- en vooral naspel. Het verwerken van de post coïtale depressie en de behoefte de herinnering aan het hoogtepunt weer op te halen of juist te vernietigen, lopen woest in elkaar over.

Daoud raakt per schilderij dieper in de put. Net als Camus stelt hij vast hoe absurd het leven eigenlijk is, hoe de ophemeling van erotiek de mens in de luren legt. Genot is alles en tegelijk niets, het orgasme slechts het puntje van de emotionele ijsberg, het begin van de werkelijke, vrijwel altijd negatieve ervaring, die alles te maken heeft met verlies, dood en verderf. Na het hoogtepunt kan alleen de diepe val volgen, de depressie die leidt tot suïcidale gedachten. Of tot moord. Geen genot zonder dominantie, verkrachting en onderwerping, leert Daoud van Picasso. Voor de onbevredigde man is er dan toch een bevredigend antwoord: zonder erotiek is het leven veel overzichtelijker.

In de wereld waar Daoud vandaan komt wordt het lichaam niet bemind maar ondergaan. Dit heeft niet alleen intens verdriet tot gevolg maar bepaalt in hoge mate ook de positie van de vrouw, de viering van erotiek, het recht op bikini’s, het geluk en de vrijheid in het algemeen. Het stervend verlangen zit onder de huid van elke Algerijn, schrijft Daoud. Deze koestert daarom een natuurlijke rancune tegen plezier, lach en kunst, zeker die van Picasso, een achterdocht die in wetten uitmondt en in inquisitie. En wij, in het Westen, hebben van al deze zielenroerselen geen enkel vermoeden.

Daoud wil de joods-christelijke wereld hiervan niet de schuld geven, zoals de Arabier dat volgens hem graag doet, maar blijft dromen dat ook hij, de Algerijn, ooit het centrum van het gevoelensheelal zou kunnen worden. Aan het einde van zijn boek concludeert hij dat erotiek de oudste religie is, zijn lichaam zijn enige moskee en kunst de enige eeuwigheid waar hij zeker van kan zijn. In tegenstelling tot Camus en Picasso, die een wild leven leden, zal Daoud een wild leven blijven fantaseren en dat tot prachtige, emotionele schrijfkunst verheffen.

Geen reactie's

Geef een reactie