Plato vs. Boris Johnson - Mark Blaisse
1371
post-template-default,single,single-post,postid-1371,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-content-sidebar-responsive,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-17.0,qode-theme-bridge,disabled_footer_top,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-5.5.5,vc_responsive
Plato vs. Boris Johnson

Plato vs. Boris Johnson

Boris Johnson heeft Oxford niet afgemaakt met een topcijfer maar met een zeventje. Niet omdat hij te stom was maar omdat hij veel tijd nodig had om voorzitter te worden van de conservatieve Oxford Union. Protesteren bij de hoogste instanties hielp hem niet. Hij vond dat hij recht had op een betere beoordeling, wilde een herkansing en op alle gebied de beste zijn omdat hij Boris Johnson was. Daar getuigen zijn medestudenten maar al te graag van nu hun maat premier is geworden.

Een matig cijfer aan de universiteit zegt weinig over leiderskwaliteiten. Interessanter is om te onderzoeken welke denkers centraal stonden tijdens diens studie en wat hij daarvan heeft geleerd. Om die vraag te beantwoorden heeft The Economistin het artikel ‘The case Against Boris Johnson’ De Republiek van Plato er bijgehaald, die een hoofdrol speelt binnen het klassieke Oxford filosofie-curriculum. Volgens de Griek zijn de belangrijkste eigenschappen van een leider expertiseen oprechtheid. Een goed staatsman zal ‘nooit onwaarheid tolereren.’ Hij zal zijn leven lang alles bestuderen dat hem een goede kapitein van het staatsschip maakt. Plato geeft tips voor de succesvolle leider en legt uit hoe je foute bazen kunt herkennen. Maar die hoofdstukken heeft Johnson volgens The Economist overgeslagen. Hij had het te druk met leuk doen en met de waarheid verdraaien. Johnson werd als journalist door zijn eerste werkgever, The Times,ontslagen nadat hij de rector van Oxford woorden in de mond had gelegd die niet bleken te kloppen. Pikant detail is dat deze Sir Colin Lucas Johnsons peetvader bleek te zijn. Johnson heeft volgens het Britse weekblad verder vooral expertise opgedaan in het ‘grijpen van macht binnen een moderne democratie, met name op het gebied van mediamanagement’. Van het managen van overheidsinstanties heeft hij geen kaas gegeten (hij was een ramp als minister van Buitenlandse Zaken) noch snapt hij iets van een uitgebalanceerde economie (zijn ‘opmerkelijkste’ plan is het verminderen van belastingen voor de allerrijksten).

Volgens Plato zijn de slechtste eigenschappen die een leider kan hebben narcisme en zelfophemeling. De zwakke staatsman verleidt zijn publiek met redevoeringen en cabaret maar neemt niet de moeite een coherente blik op de wereld te ontwikkelen. Boris Johnson is een entertainer die zijn populariteit dankt aan optredens in satirische tv-programma’s zoals ‘Have I Got News for You.’ De afgelopen maanden ging hij ervan uit dat hij de stemmen van zijn partijgenoten had verdiend, ook al weigerde hij te verschijnen bij tv-debatten om zijn ideeën op tafel te leggen. Ook interviews weigerde hij principieel. Hij zou als de facto leider zijn best niet meer hoeven te doen en al helemaal niet volgens democratische regels het politieke spel hoeven te spelen. Plato waarschuwt in De Republiek hoe eenvoudig democratieën kunnen degenereren in tirannie. In dat zogenaamd ideale systeem zijn de burgers zo verblind door het najagen van pleziertjes dat zij de economie ondermijnen. Ze staan zo vijandig tegenover autoriteit dat ze het advies van experts in de wind slaan en zijn zo toegewijd aan vrijheid dat zij elke vorm van gezamenlijke doelstellingen uit het oog verliezen. Terwijl de democratie in elkaar zakt zoeken de in paniek geraakte burgers hun heil bij een demagoog, aldus Plato. Dat zijn mannen die ’verliefd zijn op macht maar hun eigen verlangens naar feesten, vrouwen en etentjes niet in de hand hebben.’ Plato noemt ze wrakken, ‘de ergste van alle mensen vanwege de wanorde die door hun hoofden raast.’ De burgers zijn ‘zo gedebiliseerd door angst dat ze denken dat deze wrakken magische talenten hebben om het land te redden.’ Dit soort leiders neemt eerst het gehoorzame deel van het volk over en vervolgens het hele land.

Amerika weet zich met de Bill of Rights redelijk te beschermen tegen excentriekelingen als Trump terwijl good oldGroot-Brittannië nauwelijks constitutionele bescherming kent en vertrouwt op het ‘goede karakter’ van zijn leiders. Met De Republiek in de hand zullen ook de Conservatieven moeten beseffen dat karakters aan mensen blijven plakken, hoe oprecht zij ook verandering beloven en hoe goed hun grappen ook zijn. Ze zouden er ook Johnsons (overigens schitterende) biografie over Winston Churchill kunnen nalezen.

Geen reactie's

Geef een reactie