Postkaart uit Wenen - Mark Blaisse
851
post-template-default,single,single-post,postid-851,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-content-sidebar-responsive,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-17.0,qode-theme-bridge,disabled_footer_top,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-5.5.5,vc_responsive

Postkaart uit Wenen

Vijftig jaar geleden woonde ik met mijn ouders in Wenen. Toen waren de Russen net vertrokken, waren alle gebouwen zwart geblakerd, stond er Russische grafitti op de muren en rook het naar bruinkool. Vandaag is Wenen ‘Smart City’ nummer één ter wereld, de stad met de meeste innovaties, het beste milieubeleid en het hoogste percentage gebruikers van sociale media. Het is ook de meest leefbare stad van Europa, volgens het gezaghebbende Mercer-onderzoek. Niet slecht voor een bevolking dat eerder klagerig, zeurderig, de ganse dag koffie drinkend en kritisch jegens buitenlanders door het leven gaat. Je vraagt je af hoe een stad met zo’n grote achteruitkijkspiegel (geen hoek zonder historie, standbeeld, monument of adelaar) zo vernieuwend kán zijn. Maar het is waar: vrijwel overal gratis wifi, meer fietspaden dan fietsen, elektrische bussen en taxi’s, slow food, biologische markten, waanzinnige meubelontwerpen en eindeloos veel aandacht voor muziek en kunst. Elke tweede Wener is een Hongaar, Bulgaar of Sloween, maar dat zijn ze gewend. Er zijn bovendien opvallend veel joodse scholen, buurten en winkels voor een stad met zo’n slechte reputatie op het gebied van tolerantie. Wat is er gebeurd? Misschien is het allemaal te danken aan een Groen-links stadsbestuur. Maar eerder lijkt mij de oorzaak te liggen in het braaf volgen van de trend, dat Oostenrijkers zo eigen is. De eisen van de EU, de crisis, de geografische ligging, het opportunisme dat komt kijken bij een stad die als eerste alle luxe kan bieden in het arme Midden Europa, dit alles noopt de Weners zich aan te passen om er zelf uiteraard beter van te worden. ‘Smart’ (Gscheid) zijn zij in elk geval altijd al geweest en ook houden zij sinds jaar en dag van alles dat komt van het platte land: reuzel, worst, kip, pompoen en kummel. Dat deze producten nu eindelijk in de mode zijn, ook buiten Austria Felix, is mooi meegenomen. En het is ook waar dat het er prettig wonen is: schoon, fantastisch openbaar vervoer, prachtvolle cafés, opera, vriendelijke mensen. En toch blijft het een stad met twee gezichten, een open naar het heden en een gesloten, over het verleden. Dit laatste gezicht drukt zwaar op mijn gemoed.

Geen reactie's

Geef een reactie