Reserve (Mittel)Europa - Mark Blaisse
380
post-template-default,single,single-post,postid-380,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-content-sidebar-responsive,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-17.0,qode-theme-bridge,disabled_footer_top,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-5.5.5,vc_responsive

Reserve (Mittel)Europa

Het Sloveense Portoroz staat niet bekend om zijn schoonheid, wel om zijn twintig casino’s die de Italiaanse en Oostenrijkse gokkers moeten aantrekken. Monsterlijk grote hotels herbergen naast spelers vooral gammele gasten die de helende bronwateren komen opzoeken. ER zouden volgens de gidsen prachtige stranden liggen, maar we vinden slechts betonnen boulevards met trappetjes naar het water waar je op kiezelstenen trapt. Het past helemaal bij de grote illusie die hier wordt verkocht van een grandeur die niet eens vervlogen is, maar nooit bestaan heeft. Drie kilometer verderop is die historie er wel: Pirano, de rode stad, waar de vioolvirtuoos en componist Giuseppe Tartini groot werd gebracht, ademt Venetiaanse pracht in een stijl die we eerder in Kroatisch Istrie zijn tegengekomen (Rovinj bijvoorbeeld, maar ook Porec). En ook hier spreekt men graag Italiaans. Op de keper beschouwd is Istrie geen door grenzen af te bakenen gebied, maar een melting pot van Kroatische, Sloveense, Italiaanse en, opmerkelijk genoeg, Oostenrijkse geschiedenis. In Slovenië wordt dit geëxtrapoleerd naar een voor ons altijd wat verdacht klinkend Mitteleuropa: de oude Habsburgse gebieden, waartoe ook Servië gerekend wordt. In het hotel op de grens tussen Slovenië en Italië ligt het door de gelijknamige cultuurvereniging uitgegeven tijdschrift Mitteleuropa pontificaal in de hal. Hieruit maken wijk op dat de regio Venetie-Friuli-Giulia en Servië veel gemeen hebben, onder meer als het gaat om hun liefde voor de conservatieve christelijke waarden en normen. Een artikel wordt gewijd aan de economische toekomst die hier en niet rond Brussel zou liggen. Hier, dat betekent jagen op wilde zwijnen, feesten houden in Habsburgse uitdossing (met pruik, Weense koets met Lippizaans paard, dat ook uit Slovenië stamt), pelgrimstochten maken naar Romeinse (symbolische) oorden, zoals Aequileia, die het eeuwige rijk (niet alleen van de Romeinen?) moeten vertegenwoordigen en volksdansen rond vuren. Mitteleuropa is niet alleen een begrip dat historici gebruiken, het bestáát. Hugo von Hofmannstahl, de dichter van het Grootse Oostenrijk, had het volgens de germanist Bora Presivic (in: Hofmannstahl-Jahrbuch zur europaeischen Moderne, Band 19, Freiburg, 2011) al goed gezien: Mitteleuropa bestaat niet dankzij een centrale macht, maar dankzij de wens van de randgebieden ergens bij te horen; zonder de Slavische ‘brute’ wijzen is wuft Wenen niks waard; Mitteleuropa wordt voor een belangrijk deel verbonden door de Donau, die ‘stad en platteland, centrum en periferie, verwijfde decadentie en patriarchale vernieuwing’ bij elkaar brengt in een geheel eigen wereld. Een wereld in elk geval die ons in de rest van Europa lijkt te ontgaan. Een reserve wereld als het ware, voor als het met de EU mis zou gaan. En een droomwereld, waar het prettig vluchten is van de dagelijkse zorgen, te midden van worsten, wijn en gezang. Slovenië is dus niet alleen het land waar de meeste skischoenen en tennisrackets in Europa worden gemaakt, maar ook een illusieparadijs. Een groot casino, zo men wil, dat onzichtbaar is voor degenen die niet geloven in geluk.

Geen reactie's

Geef een reactie