Sinterklaas is moe

In de kleine keuken van ons studentenhuis hing de kaart van Amsterdam aan de muur. Rode vlaggetjes gaven aan waar onze Sinten met hun toen nog roetzwarte Pieten moesten zijn. Op een handgeschreven papiertje stonden de namen van de studenten van dienst, van wie er één een auto moest bezitten of lenen want de adressen lagen verbazingwekkend vaak in West, Noord en de Bijlmer. De ouderejaars mochten met een biertje in de hand vanuit de keuken de operatie Sinterklaascentrale leiden. Zij streken ook de helft van de opbrengsten op, in een goed jaar zo’n tienduizend gulden. Een optreden van de combi kostte honderd gulden voor het eerste half uur, inclusief voorrijkosten, en daarna vijfentwintig per kwartier, van tevoren vast te leggen en te betalen. Uitlopen kon om administratieve redenen niet en bovendien hadden de zes à zeven teams een strak programma, met wel tien bezoekjes op een dag.

We begonnen met werven in november en met langsgaan ruim een week voor Sinterklaas. Ik was tijdens mijn tweede en derde jaar Sinterklaas, hoewel ik kleiner van stuk was dan de meeste Pieten. Maar ik had een mooie, geruststellende stem, zeiden ze, en bovendien beschikte ik over een knalrode Volkswagen Kever met schuifdak, de ideale Sintmobiel omdat we de staf dan niet uit de achterbak hoefden te laten steken. De pakken waren ergens in de provincie goedkoop gehuurd en hingen keurig in de gang aan een rijdende rek. Na een vijftal optredens begonnen ze verschrikkelijk te stinken en moesten er deo sprays aan te pas komen, die weer vlekken achterlieten, maar dat was het probleem van de mannen in de keuken.

Een van de studentenkamers werd gebruikt als schminkkamer, uiteraard werd de tijdelijk ontriefde bewoner daarvoor betaald. Leve Sinterklaas, iedereen rijk, luidde het adagium, al was dat niet helemaal waar, maar wie protesteerde kreeg schmink opgesmeerd die er dagen niet meer afging. We schrijven wel over de zeventiger jaren.

Het leukste waren natuurlijk kinderen, die zongen en onderwijl angstvallig naar de grote juten zak van Piet keken, waar ze hopelijk niet in zouden verdwijnen. Bij binnenkomst kreeg Sinterklaas bijna standaard een paar opmerkingen toegefluisterd die hij tijdens de pakjessessie kon gebruiken. Meestal schunnige informatie over een van de ouders. Of de heer des huizes vroeg of zijn vrouw ook even op schoot mocht bij de Goedheiligman. Intussen werd er, lachend, zogenaamd thee geschonken voor de hoge gast die volgens de regels geen alcohol mocht drinken aangezien hij later weer moest rijden. Het was nog een hele kunst om de mokken jenever af te houden zonder kwaad bloed te zaaien. Soms werden we uitgenodigd bij volwassenen zonder kinderen en dan was het Christine Le Duc gehalte meteen heel hoog.

Twee hoogtepunten zijn me bij gebleven. De keer dat ik de autosleutels in het contact had laten zitten met de deuren op slot. Ik probeerde met een bij een bewoner in de straat geleende ijzeren klerenhanger het staafje omhoog te trekken toen een moeder met kinderen langskwam. ‘Sinterklaas probeert een auto te stelen’ riep het bijdehandste jongetje, maar zijn moeder kon zich er gelukkig uitredden omdat er een andere Sint om de hoek kwam aanzetten. ‘Daar is de echte Sinterklaas’ zei ze, ‘dit is en dief die zich heeft verkleed.’

Pijnlijker was de scene in de kroeg waar Piet en ik even bijkwamen van een lange dag. Ik had mijn baard op mijn voorhoofd gezet om bier te kunnen drinken, toen de waard met zijn kleine dochter binnen kwam, die niet wist wat ze zag. Ik schijn gezegd te hebben, ‘Donder op, Sinterklaas is moe.’

 

 

Geen reactie's

Geef een reactie