Vuurwerk of het gebrek aan moraal

Oud en nieuw in Amsterdam is een periode die wij maar snel weer moeten vergeten: de helft van de stad moest binnen blijven omdat de andere helft dreigend rondliep met veel te gevaarlijk vuurwerk. De politie wist wel dat er veel illegaal spul op straat lag, maar deed te weinig. De burgemeester vond het niet nodig zijn gemeente streng toe te spreken en de straffen voor overtredingen te verhogen. Er werd gerekend op ieders verantwoordelijkheidsgevoel. Maar de slogan ‘wie met vuurwerk stunt is een rund’ werkt allang niet meer. De prijs is hoog.
Steeds jongere kinderen raken gewond, verliezen vingers en ogen en ontlokken artsen de opmerking dat het wel ‘oorlog’ leek. En het was ook oorlog. Vuurwerk werd gebruikt om elkaar te intimideren in plaats van gezamenlijk het nieuwe jaar te vieren. Poolse ‘granaten’ zijn aan poezen gebonden omdat het ‘zo leuk’ is om een dier op te blazen. Helse super rotjes zijn onder auto’s gegooid met als enig doel deze te vernielen; pijlen zijn letterlijk op anderen gericht omdat het ‘lachen’ is. What-the-fok bemoei jij je mee? Dat is wat je naar je hoofd geslingerd krijgt als je om enige redelijkheid vraagt.

Het ik, het individuele plezier gaat meer dan ooit boven de collectiviteit. Je moet constateren dat er geen duidelijke scheidslijn meer is tussen wat wel en niet kan. Met andere woorden: onze jeugd lijdt aan een totaal gebrek aan morele waarden. Het is kennelijk niet mogelijk om vanuit het gezin of de school voldoende morele bagage mee te geven. We kunnen nog zoveel filosofieles geven op de lycea, gewoon je gezond verstand gebruiken is blijkbaar teveel gevraagd. Dit is geen gezeur van een oude generatie, maar een noodkreet naar onze samenleving. Het ‘laissez faire’ als basis van een vrije en democratische samenleving werkt alleen als er een context wordt gecreëerd waardoor deze begrippen zin krijgen. Totale vrijheid betekent uiteindelijk totale chaos of in elk geval een groot gebrek aan richting en houvast. Als niets er meer toe doet behalve het eigen genot, dan is het geen wonder dat er van wederzijds respect geen sprake kan zijn. Ik heb het niet over respect voor andersdenkenden of voor andere religies, maar aan het respect voor de samenleving als geheel. Als wij onze kinderen en kleinkinderen niet kunnen uitleggen wat het belang is van saamhorigheid, loyaliteit, vriendschap en vertrouwen, dan mogen wij onszelf wel als mislukte ouders beschouwen. En dan moeten we inderdaad niet klagen over het amorele karakter van veel jongeren. Opzettelijk en lachend pijlen op elkaar schieten die grove verwondingen kunnen veroorzaken is slechts een van de symptomen van het gebrek aan iets dat uit de mode is geraakt: opvoeden. Richting geven en houvast bieden is een taak van een goede ‘polis’, van de gemeenschap, aangevoerd door ‘goede’ burgers die de publieke zaak een goed hart toedragen. Plato wees al op het belang van deugdelijke bestuurders als garantie voor een deugdelijke samenleving. Moeten wij niet terug naar het besef dat ‘goed’ niet vanzelf tot stand komt, maar dat dit wijze begeleiding behoeft? Klagen over gebrek aan moraal helpt niet. Met educatieve en politieke handreikingen komen wel. Het is niet te laat om daar in 2014 een serieuze zaak van te maken.

1 Reactie
  • Ben Herbergs
    Geplaatst op 00:33h, 06 januari Beantwoorden

    De (vuurwerk) spijker pijnlijk op de kop geraakt, Mark!

Geef een reactie