Wat is geluk?

Je moet oppassen met het gebruik van woorden. Zeg communisme, democratie, vrijheid, vriendschap of liberalisme en je weet bijna zeker dat je een discussie krijgt over de exacte betekenis die jij eraan geeft. De interpretatie van een woord kan zorgen voor spraakverwarring en zelfs voor oorlog. Een woord is dus niet zomaar een woord. Dat is althans de mening van de Franse filosoof Alain Badiou, die met zijn boek over het beladen woord ‘Jood’ (Het woord Jood, Kampen, 2008) al veel aandacht trok, maar ook van wanten weet met begrippen als ‘geluk’, ‘nieuw’, ‘verandering’ en ‘wil’. Vandaag hield hij op uitnodiging van Nexus een lezing in Amsterdam over de vraag of wij de wereld kunnen veranderen. Om daar iets over te kunnen zeggen wilde Badiou gewoontegetrouw eerst een definitie geven van het woordje ‘veranderen’. Wanneer is veranderen echt veranderen? Wàt kunnen wij redelijkerwijze veranderen (wel de planeet, niet de kosmos)? Hoe waardeer je verandering als de ‘impact’ hiervan pas achteraf kan worden gemeten? En zelfs dat is niet gemakkelijk (wat is de ‘impact’ van de Russische revolutie precies geweest?). Badiou maakt het zichzelf en ons niet eenvoudig door op soms niet navolgbare – typisch voor Franse filosofen- wijze met woorden te spelen. En alleen al met dat speelse zet hij ons aan het denken. Hebben wij niet de neiging te snel woorden maar ook situaties als ‘gedefinieerd’ te accepteren? Zijn wij wel ‘vrij’ genoeg? En wat betekent dat nou weer precies? Vrijheid is niet gewoon ‘doen waar je zin in hebt’. Vrijheid à la Badiou is ‘discipline aanwenden om creatie tot een goed einde te brengen…’ Creatie is, kortom, gedisciplineerde vrijheid. Wie zomaar wat doet is geen schepper maar een rommelaar. Er moet op zijn minst een structuur komen in het ongestructureerde. Vrijheid? Dat is de moed opbrengen een onvermoede kracht of capaciteit concreet te maken; het hardop benoemen van een verborgen wens. Door het onmogelijk geachte mogelijk te maken, creëer je verandering. Duurzaam, authentiek en in disharmonie met de bestaande wereld, zoals de mens die kent en vaak aanvaardt. Bij echte verandering is altijd sprake van een ruptuur, een breuk met het bestaande. En, erg belangrijk, om te veranderen heb je ontevreden mensen nodig. Tevredenheid (voldoening) is de dood in de pot, omdat het harmonie veronderstelt tussen het ik en de wereld. Waarom zou je dan (wat) willen veranderen?
Geluk, in de woorden van Badiou, is het ontkennen van satisfactie. Geluk is wanneer je zelf onderdeel wordt van de gevolgen van een evenement (ruptuur) en wanneer je in staat bent om deze gedisciplineerd te gaan organiseren. Geluk is het onmogelijk geachte mogelijk maken. Gelukkig word je door het veranderingsproces zelf en niet noodzakelijkerwijs door het resultaat. En nu komt het: een ‘echt leven’, als in het tegenovergestelde van een ‘vals leven’, zoals die vandaag door de wereld aan ons wordt gepresenteerd (status/hebzucht/macht/verzet tegen de ouderdom/onethische marktwerkingen/democratie/liberalisme etc.), is haalbaar indien wij beslissen ontevredenheid te zien als de drijfveer voor verandering. Wij mogen ons niet neerleggen bij, of ons aanpassen aan. Het poldermodel is bij uitstek ‘vals leven’, het gedisciplineerd uit de duisternis ophalen van onvermoede kansen is daarentegen het ‘echte leven’. Het echte leven is binnen handbereik, als je tenminste bereid bent de prijs van de noodzakelijke ontevredenheid te betalen en je er tegelijkertijd tegen weet te verzetten. Is de prijs voor geluk te hoog? In normaal Nederlands: weg achter die geraniums, ga op zoek naar je onvermoede talenten, leg je niet neer bij de status quo, durf in het onbekende te duiken en riskant te leven. Is dat teveel gevraagd? Ik vind van niet. Is er een beter recept tegen de crisis? Crisis, ook weer zo’n begrip dat een eigen leven is gaan leiden: crisis is een interpretatie van een werkelijkheid en die is zich als waarheid gaan nestelen tussen onze oren. Dankzij Badiou weten wij nu: Geluk = crisis + moed = ruptuur = verandering = geluk.

Geen reactie's

Geef een reactie